woensdag 6 mei 2009

Back to Nature


Omdat ik eind april Chongqing wat beu was, beslisten we nog eens een trip in te lassen. De vervuiling, de drukte, de Chinezen,... ik was een beetje uitgekeken op alles en iedereen (zelfs de vrienden uit de dorm)...

Om ons op te laden voor onze laatste 2 maanden hier, besloten Klaas, Corinna, Masha en ik de bergen in te trekken om een frisse neus te halen. Met 2 tenten en 4 slaapzakken vertrokken we op zondag 26 april naar Chengdu met de trein om daar de bus te nemen naar Kangding (ongeveer 2000m). We brachtten er de nacht door op de vloer van een hostel omdat er in de hele stad geen bed meer vrij was. De volgende dag volgde een lange busrit (6 uur) over de Sichuan-Tibet Highway. De weg was een ramp. Uren hebben we zitten hobbelen tussen de keien! In Liuba (3800 m) kochten we nog wat proviand en trokken we langs een bergweg de natuur in. Niet veel later al zetten we ons tentje op langs een rivier en begonnen we hout te verzamelen voor ons kampvuur. Iedere keer we ons bukten en weer rechtstonden, voelden we ons wat duizelig door de hoogte. Niet te onderschatten. Tibetanen kwamen nieuwsgierig kijken wat 4 buitenlanders daar aan het uitrichten waren en sommigen kwamen zich zelfs warmen aan het vuur. 's Nachts waren Corinna en ik het slachtoffer van hoogteziekte (misselijk, overgeven, hoofdpijn,...) en de volgende dag beslisten we daarom terug af te dalen. 's Middags werden we in een Tibetaans dorp uitgenodigd voor een soort pap: thee met yakboter, suiker en een soort meel. De eerste happen lepelde ik gemakkelijk binnen, maar daarna ging het minder vlot. Uit beleefdheid heb ik alles opgegeten. 's Avonds werden we nog uitgenodigd om in een Tibetaans huis te slapen. Prachtige woning, bijzonder kleurrijk.
De dag erop was weer een wandeldag tot we een even mooie kampeerplek vonden als op onze eerste trekdag. Het kampvuur maakten we nog hoger...
Corinna was nog steeds wat grieperig en ook Klaas voelde zich niet zo wel, dus na een korte wandeling onder een hete zon, liften we op onze 4de dag terug naar Kangding.
Vanuit Kangding kostte het ons de dag erop bijzonder veel moeite om daarna door te reizen naar Danba. Verschillende minibusjes wilden een omweg maken omwille van stukken weg die in handen zijn van lokale maffia. Uiteindelijk vonden we vrij laat een busje voor een hoge prijs dat ons alsnog tot Danba kon brengen. Weer een 'schitterende' baan op voor een rit van een uur of 7. Rond 23u vonden we gelukkig nog een spotgoedkoop hotelletje (2.5 euro pp).
Dag 6 werd weer een wandeldag. We zetten koers richting een Tibetaans dorp in een vallei op zo'n 7km van Danba. Na een lange klim bereikten we de top van de heuvel met zicht op het dal. Omdat het panorama zo indrukwekkend was bleven we gewoon uren genieten in de buurt van een ruine en uiteindelijk zetten we daar ook onze tentjes op.
De volgende dag trokken we weer naar Danba, namen we nog een kijkje bij de uitkijktorens net buiten de stad en we brachten de nacht door in een hotel bij het busstation. De elektriciteit was uitgevallen dus hadden we dinner bij kaarslicht.
De voorlaatste dag bestond voor het grootste deel uit de rit naar Chengdu, zo'n 11u rijden! Nuja, na China begin je afstanden te relativeren hoor. We trakteerden ons 's avonds op een etentje in een Mexicaans restaurant (Deliciourrrrrrs, zoals de Chinezen zouden zeggen).
Gisterenmiddag zijn we dan na een aantal mooie dagen teruggekeerd naar Chongqing waar we opnieuw met open armen zijn ontvangen door onze internationale vrienden. Het doet toch altijd een beetje deugd om thuis te komen en vanaf nu kan ik er wel weer tegenaan. Dat moet ook, want over twee weken hebben we een debat over Tibet in de les dat we moeten gaan voorbereiden met Chinezen.